Nederlandse apothekers brachten 1047 hulpstoffen in kaart. Van alle geneesmiddelen in Nederland bleek 41 procent keto-proof.
Je weegt je groente, je leest het etiket van de slagroom en je laat de saus staan omdat er maizena in zit. En dan slik je ‘s avonds een tabletje waar lactose in zit, zonder dat je weet dat je daar zomaar je hele speelruimte aan koolhydraten aan opmaakt. Dat gat hebben ziekenhuisapothekers van het Erasmus MC in Rotterdam nu voor het eerst in kaart gebracht.
Samir El Abdouni en collega’s pakten de G-Standaard erbij, de nationale databank waarin alle in Nederland geregistreerde geneesmiddelen staan met hun samenstelling. Tussen juni 2023 en maart 2024 analyseerden ze daar alle hulpstoffen in. Dat zijn de ingrediënten die niet werkzaam zijn maar wel in de pil of de drank zitten, voor smaak, vulling, houdbaarheid of kleur. Het werden er 1047. Elke hulpstof ging door een vaste beslisboom langs chemische samenstelling, de route die de stof in het lichaam aflegt en de manier van toedienen. De analyse werd door twee mensen beoordeeld en de helft van alle classificaties ging nog eens langs een andere beoordelaar. Daarna liet een script alle 28.721 geneesmiddelen op de Nederlandse markt langs die lijst lopen.
Van de 1047 hulpstoffen lukte het bij 778 om een oordeel te vellen, 74 procent. Daarvan kregen 590 het label ketoproof en 188 niet. De overige 269 bleven onduidelijk, en die tellen in de praktijk als niet ketoproof, want wat je niet weet kun je niet toelaten. Van alle 28.721 geneesmiddelen kwam uiteindelijk 41 procent als ketoproof uit de bus. Het verschil per toedieningsvorm is groot. Van de injecties en infusen was 60 procent ketoproof, van de orale middelen maar 22 procent. Juist de vorm die je zelf thuis inneemt, oraal, is dus het vaakst verdacht. De drie grootste boosdoeners zijn achteraf geen verrassing. Lactose zat in 5770 producten, maiszetmeel in 2585 en natriumzetmeelglycolaat in 2342.
Waarom een gram ertoe doet
Waarom maakt een vulmiddel eigenlijk uit? Ketose draait op het beperken van koolhydraten/suikers. Zolang er weinig koolhydraten binnenkomen, gaat de lever vetzuren verbranden en ketonen. Wanneer je maar een beetje extra teveel aan koolhydraten binnenkrijgt dan stopt deze omleiding. In de epilepsiebehandeling rekenen de Rotterdamse apothekers daarom met maximaal een gram opneembare koolhydraten per dag uit alle medicatie samen. Een gram. Daar pas je een tablet met lactose niet zomaar in.
Het mooiste voorbeeld uit het artikel gaat niet over suiker maar over alcoholen. Propyleenglycol zit in talloze vloeibare medicijnen als oplosmiddel, en het wordt in de veehouderij juist gebruikt om koeien uit de ketose te halen. Hetzelfde geldt in mindere mate voor benzylalcohol en ethanol. Die stoffen worden omgezet in zuren die rechtstreeks de citroenzuurcyclus in gaan, en ze zetten de glucoseproductie en daarmee de insuline aan. Organische zuren zitten in dezelfde hoek maar komen er van de onderzoekers mee weg, omdat de hoeveelheden zo klein zijn dat een effect niet aannemelijk is.
Dit blijft wel een databankstudie. Er is bij niemand een ketonwaarde gemeten voor en na een tablet lactose, dus hoeveel een concreet middel jou echt kost is hiermee niet bekend. Een deel van de indeling berust op aannames, bijvoorbeeld dat kleur- en smaakstoffen in zulke kleine hoeveelheden zitten dat ze niet meetellen. En bij een kwart van de hulpstoffen kwamen de onderzoekers er domweg niet uit, omdat fabrikanten niet verplicht zijn te melden hoeveel van een hulpstof er in een product zit. De lijst geldt bovendien voor de Nederlandse markt, en de lat van een gram per dag komt uit de behandeling van kinderen met moeilijk behandelbare epilepsie, waar de ketose therapeutisch moet zijn. Voor jou thuis ligt die lat zeer waarschijnlijk lager.
Wat kun jij ermee
Kijk bij een nieuw middel in de bijsluiter onder het kopje hulpstoffen. Lactose, ethanol en propyleenglycol moeten daar verplicht worden vermeld, dus die drie kun je zelf vinden. Wees extra alert op dranken, siropen, bruistabletten, kauwtabletten en zuigtabletten, want daar zit de smaak in en dus vaak de suiker. En vraag je apotheker om een alternatief met dezelfde werkzame stof in een andere vorm als je iets langdurig gebruikt. Een apotheker die weet wat je vraagt kan dat meestal binnen een paar minuten uitzoeken.
De webtool KetoMed waarin alles is ondergebracht draait voorlopig nog in een pilot voor zorgverleners, dus vragen gaat voorlopig nog via je apotheek.
Bron: El Abdouni S, den Uil MG, Kafa Z, e.a. Ketoproof? A systematic classification of pharmaceutical excipients for ketogenic diet therapy. International Journal of Clinical Pharmacy 2026, jaargang 48, nummer 5, 1850-1857. https://doi.org/10.1007/s11096-026-02156-6