In een restaurant kies je vlees of vis met groente, en je vraagt of de friet of de aardappels weg mogen. Meestal krijg je dan zonder moeite extra groente of salade. Vraag de saus apart, want daar zit vaak bloem of suiker in. Een bearnaise of kruidenboter is bijna altijd veilig.
Laat het brood met kruidenboter aan je voorbijgaan. Neem als voorgerecht een carpaccio, een salade of een soep zonder bindmiddel. Als dessert kies je een kaasplankje, of je slaat het over en neemt een koffie.
Op een verjaardag houd je je aan de kaas, de worst, de olijven en de nootjes. Wil je zeker weten dat je iets kunt eten, eet dan vooraf of neem zelf iets mee. Dat is in het begin handig, later weet je wel wat er te halen valt.
Onderweg en op het werk ben je het meest afhankelijk van wat er toevallig ligt. Een gekookt ei, een stuk kaas, een handje noten of een blikje makreel in je tas voorkomt dat je bij een tankstation een broodje gaat halen.