Bloedsuiker en je menstruatiecyclus hangen samen, laten sensormetingen bij 209 vrouwen zonder diabetes zien. De gemiddelde glucose bleef gelijk, de pieken na het ontbijt niet.
Je eet al weken hetzelfde ontbijt en je sensor laat al weken dezelfde vlakke lijn zien. En dan, op een dinsdag, staat er ineens een piek waar je niets van begrijpt. Niets veranderd aan het eten, niets veranderd aan de hoeveelheid koolhydraten, en toch een ander beeld. Een onderzoeksgroep van het Weizmann Institute in Israel keek naar een verklaring die bij veel vrouwen niet op het lijstje staat: waar je in je cyclus zit.
Twee weken meten bij 209 vrouwen, plus mannen als controle
Smadar Shilo en collega's gebruikten gegevens uit het Human Phenotype Project. Daarin droegen 209 vrouwen met een natuurlijke cyclus tot veertien dagen een glucosesensor, terwijl ze hun maaltijden in real time bijhielden. Gemiddelde leeftijd 43,2 jaar met een standaarddeviatie van 5,2, gemiddelde BMI 24,3. Niemand had diabetes. In totaal werden 3.815 maaltijden geregistreerd.
De cyclus werd omgerekend naar een schaal van 0 tot 100 procent, met de geschatte eisprong op 50 procent. Daarna analyseerden ze 36 dagelijkse sensormaten en vijf uitkomsten na de maaltijd, gecorrigeerd voor leeftijd, BMI en bij de maaltijduitkomsten ook voor koolhydraten. Slim detail: als controle liepen er mannen mee van vergelijkbare leeftijd en BMI, aan wie kunstmatige nepcycli waren toegekend. Komt er bij hen ook een patroon uit, dan zit het in de methode en niet in de cyclus.
Gemiddelde glucose onveranderd, de uitslagen niet
De gemiddelde glucose over de dag veranderde niet over de cyclus, en de glucose management indicator evenmin. Wie alleen naar dat gemiddelde kijkt, ziet dus niets gebeuren. Zes maten voor variabiliteit lieten wel een duidelijk golfpatroon zien, met een dal rond 38 tot 41 procent van de cyclus, dus kort voor de eisprong, en een piek rond 80 tot 85 procent, dus in de late luteale fase vlak voor je menstruatie. Het hoogteverschil tussen dal en piek bedroeg 6 tot 10 procent van het cyclusgemiddelde. Bij de mannen met hun nepcycli kwam geen enkele maat met een patroon naar boven.
Na de maaltijd was het beeld scherper. Maaltijden in de luteale fase lieten een 11,5 procent snellere daling zien nadat de piek was bereikt, en de piekhoogte en het oppervlak onder de curve lagen numeriek hoger. De glucose vlak voor het eten verschilde niet, en de hoeveelheid energie en koolhydraten die de vrouwen aten ook niet. Het effect zat vooral bij het ontbijt: daar liepen daalsnelheid, piekstijging en oppervlak onder de curve 15 tot 23 procent hoger op in de luteale fase.
Het sterkste cijfer kwam uit de analyse binnen dezelfde vrouw. Vergeleken de onderzoekers bij een vrouw haar ontbijten in de ene fase met haar ontbijten in de andere fase, en matchten ze die op samenstelling, dan liep het verschil op tot 43 tot 53 procent. Geen enkele macronutrient verschilde tussen de fasen. Hetzelfde bord dus, met een reactie die de helft hoger uitviel.
Waarom de tweede cyclushelft anders uitpakt
De onderzoekers rapporteren geen hormoonwaarden, dus de verklaring moet van elders komen. Wat er in ander onderzoek bekend over is: progesteron piekt in de luteale fase, en bij hogere progesteronspiegels reageren spier- en vetcellen minder gevoelig op insuline. Je cellen nemen glucose dan iets trager op, waardoor eenzelfde hoeveelheid koolhydraten een hogere uitslag geeft voordat het systeem de boel terugbrengt.
Dat laatste past bij een eigenaardigheid in de uitkomsten. Niet alleen de piek lag hoger, de daling erna verliep juist sneller. Een aannemelijke lezing is dat de alvleesklier het antwoord opschroeft om die hogere piek te corrigeren, met een scherpere afdaling als gevolg. Dat is een redenering die bij de getallen past, geen bevinding van deze studie. Insuline is in dit onderzoek niet gemeten.
Waarom het effect juist bij het ontbijt zichtbaar werd, leggen de onderzoekers niet uit, en de rest van de literatuur maakt dat eerder ingewikkelder dan eenvoudiger. Bij gezonde mensen is de glucosestijging na een maaltijd gemiddeld juist het laagst bij het ontbijt en het hoogst in de avond. Dat is in 2012 gemeten bij twintig gezonde vrijwilligers die op drie dagen identieke maaltijden kregen om zeven uur, een uur en zeven uur. En de enige studie die het cyclusverschil per maaltijdmoment direct heeft getest, bij vijftien jonge vrouwen in Japan dit jaar, vond geen verschil na het ontbijt en na de lunch, maar wel een hogere glucose dertig minuten na het avondeten. Dat is het omgekeerde patroon.
Twee studies dus, twee verschillende uitkomsten, en geen van beide groot. Zolang dat niet is uitgezocht, is het ontbijt geen regel maar een losse waarneming in een preprint. Wat er wel staat is dat de cyclusfase iets doet met de uitslagen. Waar op de dag dat het hardst aankomt, is open.
Wat deze studie niet zegt
Het is een preprint, nog niet beoordeeld door andere onderzoekers, en het is observationeel. Niemand kreeg een dieet voorgeschreven en er werd niets veranderd. Belangrijk voor deze site: er zat geen koolhydraatbeperkte groep in, niemand mat ketonen, en de gemiddelde deelneemster was 43 jaar en dus mogelijk al in de aanloop naar de overgang. Of het patroon er bij een twintiger net zo uitziet, of bij iemand die al maanden in ketose zit met een vlakke glucosecurve, is hiermee niet beantwoord. En de klinische betekenis is onbekend. Een piek die een halve keer hoger uitvalt bij een vrouw zonder diabetes, binnen een gezonde range, is een meetbaar verschil en nog geen gezondheidsprobleem.
Wat je ermee kunt als je zelf meet
Noteer bij je sensor- of ketonmeting de dag van je cyclus. Dat is een regel extra in je log en het scheelt een hoop verwarring achteraf. Vergelijk vervolgens appels met appels: zet een meting uit week drie naast een andere meting uit week drie, niet naast een meting uit week een. En trek geen conclusie over een voedingsmiddel op basis van een enkele meting in de week voor je menstruatie, want dat is precies het moment waarop de uitslag het hoogst uitvalt.
Merk je in die tweede cyclushelft structureel hogere waarden, dan is het de moeite waard om een cyclus of twee af te wachten voordat je iets omgooit. Blijft het patroon na twee of drie cycli bestaan en zit je er last van, dan kun je in die fase je ontbijt wat koolhydraatarmer houden en kijken of het verschil verdwijnt.
Bron: Aharoni S, Godneva A, Shaulitch R, Truzman G, Rossman H, Zahavi L, Reicher L, Weinberger A, Segal E, Shilo S. Menstrual cycle-related dynamics of glycemic variability in women without diabetes. Preprint medRxiv, 15 oktober 2026. https://doi.org/10.64898/2026.10.14.26365513 Aanvullend genoemd: Saad A e.a. Diurnal pattern to insulin secretion and insulin action in healthy individuals. Diabetes 2012;61(11):2691-2700. https://doi.org/10.2337/db11-1478 En Fuke S e.a. Effect of the menstrual cycle on postprandial blood glucose levels across different meal times in young females. British Journal of Nutrition 2026. https://doi.org/10.1017/S0007114526107995